|
NP Internetsite Nieuwspoortforum
46ste jaargang nr 1, april 2008
U kunt dit ook in PDF lezen/downloaden door op het onderstaande plaatje te klikken:

Nr 1 - april 2008
korte berichten +++ korte berichten +++ korte berichten
Vogelaar weet Wiegel op waarde te schatten
Begin dit jaar ontving minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie Gerard Wiegel. Het was louter nieuwsgierigheid die de bewindsvrouwe er toe bracht de cartoonist van Cobouw te inviteren. Ze wilde graag een keer kennis maken met de man die achter de vele politieke tekeningen schuilgaat en waarop zij niet zelden in een ludieke sfeer is afgebeeld. Onder het genot van cappuccino en thee sprak de minister haar waardering uit voor de humorvolle, treffende en bouwgerelateerde tekeningen. Wiegel heeft zich in zijn werk laten inspireren door Amerikaanse cartoonisten. Zijn ideeën doet hij op in Cobouw, andere dagbladen en in reportages op radio en televisie. Het ministerie volgt de publicaties van Wiegel op de voet. Theo van Dissel, de Kamerbewaarder van de minister, knipt de tekeningen en artikelen uit die betrekking hebben op het ministerie voor zowel Cramer als Vogelaar. Gerard Wiegel vermoedt overigens dat hij verwant is aan politicus Hans Wiegel. Vogelaar ontving uit handen van de cartoonist een tekening op A3-formaat.
Politiek drama in Nieuwspoort
Buitenstaanders vergelijken het politiek steekspel in Den Haag veelal met een klucht. En inderdaad, alle ingrediënten zijn daarvoor aanwezig. Niet gek dat theatermakers zich laten inspireren door de dilemma's waarmee politici worstelen.
Dat vinden we terug in het toneelstuk Zuiver, opgevoerd door de Amsterdamse amateurtoneelgroep Troost. Op uitnodiging van de Activiteitencommissie van Nieuwspoort treden zij eenmalig in Den Haag op. Dat is op maandag 14 april in de beide Wandelgangers. De ontvangst is om 18.00 uur.
Televisiescenarioschrijfster Lidewij Martens heeft, naar een idee van Troostspelers Daan van Beers en Richard Greve, een toneelstuk geschreven dat het politieke thema behandelt. Hoe ver ga je als politicus met het plezieren van de kiezer en te voldoen aan het beeld dat kiezers van jou hebben? Hoe authentiek kan een politicus zijn? Dat zijn de kernvragen in het toneelstuk. Zuiver, dat een kijkje achter de schermen van de politiek wil geven, vindt zijn motivering in het feit dat begrip privé uit de maatschappij dreigt te verdwijnen: het lijkt een eis dat wij allemaal het persoonlijke publiek maken.
Alle Poorters zijn welkom bij de voorstelling die plaats heeft onder de noemer Ontmoeting met… De toegang is gratis, maar aanmelden is verplicht en kan via de website van de theatergroep: www.theatergroeptroost.nl. Bezoekers hebben na de voorstelling gelegenheid met de acteurs na te praten.
Josine Boven
Emoties op de publieke tribune
De zoektermen emoties en gemeenteraad leveren op internet moeiteloos 900.000 hits op. Dat dit lemma in digitaal opzicht scoort en leeft, geeft aan dat emoties een grote rol spelen in het lokale, politieke debat over lastige besluiten. Dat emoties niet irrationeel maar buitengewoon functioneel kunnen zijn, blijkt uit enkele beschouwingen over dit fenomeen, zoals die door twee medewerkers van SGBO, oorspronkelijk de onderzoekspoot van de Vereniging Nederlandse Gemeenten, onlangs zijn gepubliceerd in 'Politiek en Emotie'.
Emoties zijn hot, er lijkt zelfs sprake van een emotiecultuur, afgaande op het succes van de vele realityprogramma's op televisie of het effect van betogingen en al dan niet gespeelde verontwaardiging. Politici spelen hier handig op in via weblogs, Hyves, maar vooral ook met opportunisme. De toeschouwersdemocratie waarin politici via massamedia het vertrouwen van kiezers moeten zien te winnen en te behouden, leidt ertoe dat bestuurders voortdurend in de aandacht willen zijn. Die scoringsdrift geldt trouwens niet alleen voor politici, maar ook voor journalisten en andere stakeholders. De onderlinge concurrentie is immers moordend. Emotie blijkt een groter effect te hebben dan ratio bij de beoordeling van politiek en politici.
De consequentie van dat alles is dat emoties in politieke communicatie steeds professioneler wordt ingebed. Het kan dan gaan om platitudes, ronkende of beledigende taal, sprekende beelden, best of bad practices en symbolen, waarin de menselijke kwetsbaarheid of nationale trots belangrijke elementen vormen.
Volgens Vincent van Stipdonk en Raimon Leeuwenburg spelen emoties een fundamentele, constante rol in ons denken, handelen en voelen. Het vormt geen aparte dimensie, maar is een intrinsiek deel van ons functioneren.
'Politici zullen moeten leren emoties met inhoud te combineren in contact met burgers om geloofwaardig en betrouwbaar over te komen. Een evenwichtige overdracht van emoties kan bijdragen aan een effectieve overdracht van de inhoud van het beleid. Politieke communicatie moet aanzienlijk veranderen om aan te sluiten bij het publiek dat in toenemende mate vraagt om meer authentieke, speelse en emotioneel complexe vertegenwoordiging en vertegenwoordigers'.
De verleiding van bestuurders snel hun mening te geven over actualiteiten is groot voor politici, wanneer zij meegaan in vormen van politainment, waardoor zij voortdurend het risico lopen hun 'symbolisch kapitaal' te verliezen.
'Communicatie zonder emoties levert echter hetzelfde risico op, omdat het de behoefte van burgers aan emoties in de politiek negeert en voorbij gaat aan het feit dat emoties de aandacht en de rationaliteit van de burgers kunnen focussen'.
Robbert Coops
Vincent van Stipdonk en Raimon Leeuwenburg,
Politiek en Emotie; over de rol van emoties in de lokale politiek,
Den Haag 2007, ISBN 978-90-812655-1-5, 70 blz., SGBO
Pfizer Persprijs voor José Leeuwenkamp
Medio februari werd José Leeuwenkamp van het blad Gezond NU uitgeroepen tot winnaar van de Pfizer Persprijs 2007. Pfizer reikte de prijs dit jaar voor het eerst uit. De prijs stond in het teken van hart- en vaatziekten en bestond uit een geldbedrag van 5.000 euro en een sculptuur. Andere genomineerden waren Martine Boelsma van het Algemeen Dagblad, Elke van Riel, freelance medewerkster van Intermediair, Melchior Meijer, freelancer bij Triv en Deborah Ligtenberg, die voor Libelle Balance freelancet. Zij ontvingen een mini-uitvoering van het beeld en 1.000 euro. Fotograaf Chris Keulen kreeg een speciale vermelding.
De onafhankelijke jury onder voorzitterschap van Ben Crul was unaniem in de keuze van het winnende artikel van Leeuwenkamp. Zij beschrijft hierin op snelle en filmische wijze hoe drie mensen in zes weken tijd de uitdaging aangaan hun risico op hart- en vaatziekten meetbaar te verminderen.
Crul: 'Haar artikel is op de huid geschreven. Het is doordacht en betrokken en herkenbaar voor grote groepen mensen die worden geconfronteerd met de complexiteit van gedragsverandering en dus preventie. De mix van praktische adviezen en een toegankelijke presentatie completeert het winnende verhaal'.
Fotograaf Chris Keulen maakte een gevoelig verslag van de grotere veranderingen in het leven van huisarts Camille van der Harten, die door drooggangreen, een aandoening aan de vaten, beide benen verloor. Volgens de jury had de reportage veel impact en raakte de kijker in het hart.
Anne van der Meiden, emeritus hoogleraar communicatie, betoogde tijdens de uitreiking dat veel mensen een opmerkelijke incompetentie hebben adequaat te communiceren. Hij vraagt zich af of we wel zijn toegerust om elkaar echt te ontmoeten, te begrijpen en letterlijk te verstaan.
'Medici hebben niet geleerd goed te communiceren. De informatie die zij geven, heeft vaak alleen betrekking op een kwaal en niet op de behandeling van de mens in zijn geheel. Het zou goed zijn als artsen zich meer richten op het geheel en het leggen van verbanden. Dat geldt ook voor de journalistiek'.
Volgens Van der Meiden zijn de media te compartimerend bezig: ze belichten één of een cluster kwalen of ziektebeelden, en de volgende dag weer iets anders.
'Van de samenhang, de interactie van menselijke kwalen weten we niet zoveel. Ik vraag me af of de media niet wat meer holistisch bezig kunnen zijn in de informatie'.
Pfizer heeft de Persprijs in het leven geroepen om goede journalistieke berichtgeving over aandoeningen te bevorderen. Het thema van 2007, hart- en vaatziekten, is de belangrijkste doodsoorzaak onder vrouwen en bij mannen de op een na belangrijkste. Volgens Pfizer kan goede publieksvoorlichting helpen deze sterfte terug te dringen. Het thema voor 2008 is diabetes. Journalisten van publieksmedia die daar dit jaar aandacht aan besteden, kunnen hun publicaties inzenden. Zie ook www.pfizerpersprijs.nl
Nieuw Poorterspas
Nieuwspoort heeft zijn Poorters een nieuw toegangspas verstrekt. Vanaf 31 maart kunnen Poorters nog uitsluitend met deze nieuwe pas in de sociëteit terecht om zich aan te melden, één keer per dag bij het eerste bezoek. Er zijn vier nieuwe paslezers geïnstalleerd: bij de voordeur, bij de toegangsdeur van de sociëteit, op de pilaar bij de bar en op de pilaar bij de piano.
Voor Poorters die zich niet aanmelden wordt het lastig: het bedienend personeel kan niets op hun maandrekening aanslaan. Ze zijn gedwongen consumpties en maaltijden in de sociëteit meteen contant af te rekenen. Het nieuwe kassasysteem dat ook op 31 maart in gebruik is genomen, laat namelijk niet toe dat er boekingen worden verricht op pasnummers die fysiek zijn aangemeld. De mensen in de bediening kunnen dat niet omzeilen. Ze zullen evenmin bestellingen op een papiertje schrijven om bij een volgend bezoek op het pasnummer aan te slaan.
Met het systeem wil Nieuwspoort voorkomen dat andere mensen op het pasnummer van een Poorter kunnen consumeren zonder dat het pas is aangemeld. Het bar- en restaurantpersoneel kan leden vragen het Poorterspas te tonen bij het opnemen van de bestelling. Volgens algemeen manager Steven Veenendaal wil Nieuwspoort met deze aanpassingen de kans beperken dat er foutieve boekingen op een pasnummer kunnen plaats hebben.
Inktspotprijs 2008
De beide Wandelgangers waren traditiegetrouw bomvol bij de uitreiking van de inktspotprijs 2007. De prijs voor de beste politieke spotprent van het afgelopen jaar ging dit keer naar een 'jonkie'. De 31-jarige tekenaar Raymond Hendriks, oftewel TRIK. De jury vond zijn prent, gepubliceerd in Nieuwe Revue op 14 november, over de crisis in de Belgische politiek de allerbeste.
TRIK tekende de Wiske van het bekende laatste prentje uit Suske en Wiske, met de kleuren van de Belgische vlag in haar strikje, kruisjes als ogen, maar zonder mond. Er boven staat in grote kapitalen EINDE en daarachter heel klein FIN.
'De prent spreekt in één keer aan, er is geen enkele twijfel over het onderwerp, terwijl het tegelijkertijd de details zijn die het beeld versterken in plaats van uitleggen. Deze prent is heel sterk en direct, maar heeft ook iets raadselachtigs (door die kruisjes). Als je naar de prent kijkt, moet je er een beetje van giechelen, hij heeft de lach in zich', legde Herman Koch de keuze van de jury uit. Naast Koch bestond de jury uit Thom Mercuur (directeur van Museum Belvédère) en illustratrice Annemarie van Haeringen.
TRIK won in 2004 en in 2006 de Junior Inktspotprijs. De winnende tekening voegde hij zelf op het laatste moment bij: 'Ik had in mijn omgeving gevraagd welke men de twee beste vond. Daar zat deze niet bij. Op het laatste moment zei iemand tegen mij: En nu moet er ook nog een die jezelf het beste vindt'.
Het was de veertiende keer dat de Inktspotprijs werd uitgereikt. De tentoonstelling is inmiddels alweer uit de gangen van Nieuwspoort verdwenen. Tot 20 april kunnen de tekeningen nog bekeken worden in het Persmuseum. Daarna reist de tentoonstelling door naar Galerie Spoorzicht, hoofdkantoor Essent in Arnhem, en is daar te zien van 24 april tot 26 mei, in het Glaspaleis in Heerlen van 6 juli tot 5 augustus en in de Openbare Bibliotheek Utrecht van 15 september tot 20 oktober.
Josine Boven
Haagse lente
De Kunstcommissie van Nieuwspoort heeft gekozen voor een fleurige tentoonstelling met een vleugje Olympische Spelen. Uit zestig jaar affiches van de Keukenhof in Lisse is de keuze gevallen op de allereerste affiche uit 1950 en de affiches uit de Olympische jaren. Die selectie fleurt nu de sociëteit op. In de gangen van het perscentrum zijn foto's gehangen van koninklijke Keukenhof-openingen door de jaren heen.
De Keukenhof heeft dit jaar 24.500 tulpen en muscari's geplant in de vorm van een Chinese draak die in het voorjaar, als de bloemen zijn uitgekomen, in volle glorie te zien is. De tentoonstelling in Nieuwspoort is tot en met 11 april te zien. De Keukenhof is dit jaar geopend van 20 maart tot en met 18 mei.
Mutaties bestuur Nieuwspoort
Na het overlijden van Kees Lunshof in november is het bestuur vernieuwd en aangevuld. Het dagelijks bestuur bestaat nu uit Max van Weezel (voorzitter), Godelieve van Heteren (vice-voorzitter), Gérald Rensink (secretaris), Lex Oomkes (penningmeester) en Joop Atsma. Nieuw in het algemeen bestuur zijn Kerstin Schweighöfer (Buitenlandse Persvereniging) en Anneke Verbraeken (Vereniging van Onderzoeksjournalisten). We verwelkomen hen in ons midden (MvW).
Personalia
Wansink verlaat Elsevier
Willem Wansink (54) heeft zich begin dit jaar in Amsterdam gevestigd als zelfstandig journalist, publicist en gespreksleider. Wansink was de afgelopen twintig jaar verbonden aan het weekblad Elsevier, onder meer als chef buitenland, politiek redacteur in Den Haag, correspondent te Bonn en Berlijn, en redacteur gezondheidszorg. Eerder werkte hij als documentairemaker voor Panoramiek, het toenmalige buitenlandprogramma van de NOS-televisie. Hij studeerde journalistiek in Utrecht, en geschiedenis in Utrecht en Leiden.
Rensink zelfstandig
Gérald Rensink (39) is op 1 januari Rensink Communicatie voor interimmanagement, mediastrategie en communicatieadvies begonnen. Daarvoor was hij hoofd Corporate Communicatie bij Novamedia, een organisatie die wereldwijd goededoelenloterijen opzet en bestuurt. En daar weer voor was hij ruim zes jaar voorlichter bij de Tweede Kamerfractie van de VVD en woordvoerder van de toenmalige fractievoorzitter Jozias van Aartsen.
Rein van Gisteren gaat naar Brussel
Rein van Gisteren (55) gaat vanaf 1 april het SP-team in Brussel versterken. Hij werkte hiervoor jarenlang als senior adviseur bij Tappan Communicatie in Den Haag en daarvoor bij onder meer VNG, Zuid-Holland, Den Haag en Rotterdam. Rein was verder actief als trainer en docent voor het scholingsteam van de SP, voor de Universiteit van Amsterdam en voor de SRM.
van de hoofdredacteur
Laten we het alsjeblieft zuiver houden
Nieuwspoort is een beetje te klef geworden, zei Herman Tjeenk Willink in november aan het eind van zijn lustrumspeech. We moeten weer eens goed nagaan waarin journalisten en voorlichters, voorlichters en bestuurders, bestuurders en politici, allen poorters, professioneel van elkaar verschillen. Een oproep tot 'rolvastheid' kortom.
Deze aflevering van Nieuwspoortforum staat in het teken van die oproep.
Want het is net alsof in deze tijd iedereen de grenzen van zijn rol opzoekt.
Drie voorbeelden.
Is het wel de taak van een Kamerlid, een volksvertegenwoordiger, om een film te maken? Volgens mij zijn parlementariërs gekozen om in de openbaarheid van de Tweede Kamer het debat te voeren met hun collega's, met als belangrijkste doel de verrichtingen van het Kabinet te controleren. Aan dat debat, ìn de Kamer, heeft de film nog weinig bijgedragen. Ook is Geert Wilders niet van plan de film in de Kamer te vertonen, heb ik begrepen.
Is dat dan wel de manier om in een parlementaire democratie je kiezers te vertegenwoordigen?
Tweede voorbeeld. Is het aan de minister-president, als premier van alle Nederlanders, om te zeggen ''zonder geloof kun je niet functioneren'? Daarmee zet hij toch een groot deel van de Nederlanders aardig in de hoek.
Of sprak de minister-president plotseling als CDA-voorman? De setting van het interview, zichtbaar opgenomen in het Catshuis, deed dat toch niet vermoeden.
Derde punt. Is het aan een journalist om 'op zoek naar de waarheid' een jongeman, door de journalist beschouwd als betrokkene bij een verdwijning, te laten uithoren en dat 'verhoor' integraal uit te zenden? Of begeeft hij zich daarmee toch echt te ver op het pad dat alleen politie en justitie mogen bewandelen - buiten oog en oor van camera en microfoon?
Kortom: het gebrek aan rolvastheid zien we op veel plaatsen.
En zo opzienbarend als voorgaande voorbeelden hoeft het niet eens te zijn. Bij de voorbereiding van dit nummer van Nieuwspoortforum stuitte ik zelf op een aardig staaltje rolvermenging. In het kader van de oproep van Tjeenk Willink wilde ik een politicus spreken die volgens mij over dit thema wel iets aardigs zou kunnen zeggen. Zijn woordvoerder wees het verzoek af. Dat kan. Maar wat niet kan is dat deze woordvoerder dan zegt: 'Je kunt voor dit onderwerp beter iemand anders vragen'. En: 'Ik denk dat je best nog even kan wachten tot de volgende aflevering van Nieuwspoortforum'.
Laten we het alsjeblieft zuiver houden: de woordvoerder gaat over de positionering van zijn baas en ik over de inhoud van het blad.
Bij het pleidooi van Tjeenk Willink sluit ik me dan ook van harte aan.
Journalisten registreren, analyseren en becommentariëren, maar maken niet zelf deel uit van het nieuws. Als oorlogscorrespondent gaan ze niet plotseling meeschieten, als misdaadverslaggever gaan ze zelf noch stelen noch veroordelen, als politiek verslaggever houden ze zich verre van de actieve politiek.
Woordvoerders van politici zijn de link tussen hun baas en de media, maar houden zich
buiten journalistieke keuzes. Ministers zijn aangesteld om het land te besturen, niet om aan televisiespelletjes mee te doen of de lolbroek uit te hangen in een race-auto. Kamerleden zijn gekozen om de regering te controleren, niet om het grootste deel van hun tijd te besteden aan persoonlijke hobby's.
In het debat over rolvastheid behoor ik, zo merk ik, steeds meer tot de preciezen. Straks ga ik ook nog voorstellen dat we elkaar allemaal weer met u gaan aanspreken. Eigenlijk helemaal nog niet zo'n gek idee.
Margriet van Lith
Podium voor Wilders - dilemma voor Nieuwspoort
Door: Milja de Zwart
Zijn voicemail stroomde direct vol met berichten en hij haalde er alle media mee: voorzitter Max van Weezel van het internationaal perscentrum bood begin maart PVV-leider Geert Wilders een podium in Nieuwspoort om er zijn film Fitna te vertonen en toe te lichten, opgeluisterd met Egyptische films en buikdanseressen.
Amper een week later bedankte Wilders. De kosten voor de beveiliging van het perscentrum, de bodyguards, de poortjes, plus de te verwachten claims voor omzetdaling van ondernemers uit de buurt; het zou allemaal niet in de hand te houden zijn. En rondgaan met de pet langs ministeries, Tweede Kamer, gemeente Den Haag, dat gedoe, dat gepolder, dat zag Wilders niet zitten.
Plan van de baan. Maar wat bezielde Van Weezel om zo'n voorstel te doen, verpakt in humor, waar anderen alleen maar een doodernstige, gespannen toon kunnen aanslaan?
'Dat van die buikdanseressen was een grap. Niet zo handig', verontschuldigt Van Weezel zich aan het begin van het gesprek. Kennelijk heeft hij dat aan iedereen moeten uitleggen, wat wel iets zegt over de sfeer.
'Ik had met Wilders afgesproken dat we maar eens moesten praten over een persconferentie in Nieuwspoort. Toen definitief duidelijk werd dat Wilders bij geen enkele omroep terecht kon, deed hij een concreet verzoek. Dat heeft tot een langdurige en emotionele vergadering geleid. Alle botsingen der meningen die je in Nederland hebt, kwamen terug in het bestuur. Aan de ene kant mensen die zeiden dat Nieuwspoort geen platform aan een fascist of racist kan bieden. Aan de andere kant degenen die vonden dat Nieuwspoort hier nu precies voor was opgericht, als centrum van het vrije woord'.
'Daarom heb ik het vraagstuk afgepeld tot we bij de principiële vraag waren: is Wilders een vuige fascist en ontzeggen we die ons podium? Daarop zei de overgrote meerderheid: nee, zo ligt het niet, we zijn het centrum van het vrije woord. En het kan toch niet zo zijn dat een Tweede Kamerlid nergens aan het woord kan komen? Toen we dat hadden vastgesteld, hebben we nog over tal van vraagstukken gestemd: moeten we de film eerst zien, moeten er tegelijkertijd anti-bijeenkomsten worden gehouden enzovoort. Uiteindelijk was een meerderheid van het bestuur er voor Wilders ruimte te geven onder de voorwaarden dat de NCTb groen licht zou geven en dat Nieuwspoort niet voor de veiligheidsmaatregelen hoefde te betalen'.
Wat vind je van de aanpak van premier Balkenende, met zijn openbare oproep aan Wilders om af te zien van vertoning van zijn film?
'Het kabinet zit met hetzelfde dilemma als iedereen. De vrijheid van meningsuiting hebben we hoog, maar we willen niet dat daardoor de veiligheid van Nederlanders in gevaar komt, of het nu de kelners van Nieuwspoort of de soldaten in Uruzgan zijn. Maar ik heb er wel een bijgedachte bij. Balkenende is groot geworden in de politiek door in 2002 met populistisch rechts in zee te gaan, door een coalitie te sluiten met de LPF en door parlementaire steun van Wilders. Dan denk ik: Jan Peter, als jij in 2002 net zo principieel was geweest, dan hadden we nu een heel andere situatie gehad. Dat hij die oproep in het openbaar heeft gedaan, dat is te wijten aan het feit dat alle pogingen om alles binnenskamers te houden steeds mislukten. Alles lag steeds meteen op straat. En ik moet zeggen, dat is ook mijn ervaring met dit verhaal'.
Denk je dat Balkenende deze weg heeft gekozen om niet opnieuw het verwijt te krijgen dat hij geen regie voert?
'Nee, dat hoor ik nu niemand zeggen. Volgens mij is een heel belangrijke factor dat alle werkgeversorganisaties, van VNO-NCW tot aan LTO, Wilders hebben gevraagd af te zien van de film. En dat CDA-prominenten melden dat waar ze ook komen, iedereen over de film van Wilders begint. Van de Afghaanse president Karzai tegenover NAVO-secretaris Jaap de Hoop Scheffer, de Turkse premier Erdogan tegenover CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel en de mensen uit de Oeral tegenover oud-staatssecretaris Economische Zaken Karien van Gennip'.
Alle commotie gaat om een film die nog niemand heeft gezien. Waar is de Hollandse nuchterheid gebleven?
'Wilders zegt ook: Er is meer tumult dan de film waard is. Hij zegt ook dat Balkenende dat alleen maar verergert. En die Hollandse nuchterheid, ja, die is er niet meer. Maar vergeet ook niet dat ons pluriforme, dualistische systeem in Damascus echt niet uit te leggen valt. Daar begrijpt niemand dat een platform bieden aan iemand niet hetzelfde is als het met hem eens zijn'.
Maar als de film alle ophef niet waard is, waarom is Wilders dan zelf begin november naar Tjibbe Joustra, de nationale coördinator terrorismebestrijding gestapt?
'Dat is niet zo vreemd. Hij wordt dag en nacht bewaakt door de mensen van Joustra. Dus als hij iets onderneemt waardoor het niveau van zijn beveiliging omhoog moet, moet hij dat aan Joustra melden. Bovendien, ik weet het nog niet met die film, als je ziet wat hij destijds tegen de Volkskrant heeft gezegd, dat de Koran kan worden ingedikt tot het formaat van Donald Duck..."
Enschede en het vertrouwen
Door: Kerstin Schweighöfer
voorzitter Buitenlandse Pers Vereniging
Er zijn momenten in het leven waarvan vrijwel iedereen nog precies weet wat hij aan het doen was, tot aan de allerkleinste, zelfs onbenulligste details aan toe. Omdat het breaking news-momenten zijn. 9/11 in New York hoort bij zulke momenten. Of de Bijlmerramp op 4 oktober 1992. en de vuurwerkramp van Enschede op 13 mei 2000.
Het was een fantastisch mooie lentemiddag, een zaterdag. Toen mijn mobieltje begon te rinkelen, liep ik net naar mijn ouders, die voor een korte visite het Bodenmeer voor de Noordzee hadden verruild, op de Wassenaarse Slag. Tweehonderd kilometer verder naar het zuiden was de hemel al lang niet meer blauw. Drieëntwintig mensen waren dood, honderden gewond en duizenden hadden geen dak meer boven het hoofd.
Laatst was ik met andere leden van de Buitenlandse Persvereniging weer in Enschede. Want met de feestelijke opening van het nieuwe cultuurcentrum door koningin Beatrix op 23 april nadert de wederopbouw zijn voltooiing. Op zestig hectaren is een nieuwe wijk herrezen:
het grootste stedelijk wederopbouwproject in Nederland ooit, kosten: 600 miljoen euro. En - ere wie ere toekomst - het resultaat mag er zijn en trekt inmiddels architectuurfans vanuit Japan aan: de verantwoordelijken hebben hun best gedaan om Roombeek als phoenix uit zijn as te laten herrijzen.
Niet alleen op architectonisch gebied. Er stond meer op het spel dan mensen hun dak boven het hoofd terug te geven. Nog belangrijker was het hun vertrouwen terug te winnen. Want Enschede behoort samen met de cafébrand in Volendam in de nieuwjaarsnacht van 2001 tot de uitwassen van het zogeheten gedoogbeleid: regels schön und gut, maar de handhaving er van haperde. Met als gevolg dat er veel meer vuurwerk dan eigenlijk was toegestaan in die woonwijk werd opgeslagen. Een parlementaire enquête kwam later tot de conclusie dat Nederland eigenlijk een culturele revolutie nodig heeft om het gedoogbeleid achter zich te kunnen laten.
Om in Enschede het vertrouwen te herstellen mochten de terugkomers mee bepalen hoe hun nieuwe huis er uit moest zien. Voor mensen in de Nederland omringende landen, zoals Duitsland, is dit de normaalste zaak van de wereld. Maar voor Nederland is 'wild wonen' nog tamelijk nieuw. In Enschede mochten ze echter volop meepraten: grote delen van Roombeek
zijn letterlijk aan de keukentafel ontstaan, meer dan drieduizend verschillende meningen werden verzameld. De leidende architect Pi de Bruyn moest heftig slikken, maar ontpopte zich als een meester in het accepteren van andere meningen. En dat is een klein wonder, zijn beroepsgroep heeft bijlessen in het vak compromissen sluiten bijzonder hard nodig. Een nog groter wonder was de houding van de woningbouwcorporaties, want zelfs die gaven toe aan de wensen van de bewoners. Samen uit de as, luidde het motto.
Maar is dat genoeg om ook het vertrouwen terug te winnen? Weliswaar is 40 procent van de oorspronkelijke bewoners teruggekeerd. Dat is boven het gemiddelde. Maar veel zijn nog steeds getraumatiseerd.
'De huizen zijn veel mooier dan vroeger', zei een jonge moeder tegen mij. 'Maar het gevoel van veiligheid zijn we nog steeds kwijt'.
want: vertrouwen krijg je niet van de ene op de andere dag terug. Daarvoor moet je eerst bewijzen dat je het waard bent. Maar wat doet Den Haag, terwijl Roombeek zich acht jaar na de ramp op de feestelijke heropening voorbereidt? De Belastingdienst knoeit met meer dan 700.000 aangiftes. En ene Geert Wilders kan het hele land weken achtereen met Angst und Schrecken verlammen, omdat een bang kabinet de burgers nog banger maakt. In plaats van een gevoel van bescherming te verspreiden, zoals zou moeten, werd er al van een zware crisis gesproken nog voordat die er überhaupt was.
'Ik denk dat het nog jaren duurt voordat het vertrouwen er weer is', zei die jonge moeder nog. Een tamelijk optimistische inschatting.
Wachten op een Film
Door: Rutger van Santen
Goede vrijdag 2008. Het is lente in Nederland. Buiten jaagt sneeuw langs de ramen. Een eenzame labrador schuifelt door het kale park aan de overkant. Verder is de straat verlaten. Binnen brandt de kachel. Ik plak rustig een paar fietsbanden in de bijkeuken.
De NCRV zendt de Matthäus Passion uit, de BBC-plain clothes versie van dirigent Paul Goodwin, met Rufus Miller als de Evangelist en Richard Jackson als Jezus. Koude rillingen en af en toe zelfs een tranenschemering. Vooral ook omdat de Grote Liefde, met de partituur op schoot voor het scherm, meezingt.
Het is nostalgie. Herinneringen aan een bijna ongeschonden wereld, waarin Bachs hemelmuziek door een inmiddels betreurde vader ook voor ongelovigen van harte werd aanbevolen.
En sentiment! Vanwege de verse zelfgekozen dood van de Grootste Dichter van de Lage Landen.
Uit de bundel Figuratief van Hugo Claus, een van de zogeheten Vijf Polaroidopnamen van Jezus Christus:
Bij de dorpspomp liet hij de kinderen
Spelen met zijn doornenkroon.
Hij wees naar een staartster en zei;
'Kijk mijn vader glimlacht naar u allen'.
Toen begon zijn rijdier te bewegen.
'Ik zou willen', zei hij, 'dat de grootste zondaar onder u een stukje uit mijn oor zou bijten'.
Maar zij bleven staren naar zijn meisjesharen
en nukkig gaf hij zijn pony de sporen,
over het zand als gemalen ijs.
Omstreeks het negende uur moest ik ineens denken aan die andere zelfgewenste martelaar.
Die met de Mozart-haren. Zou Hugo Claus iets van hem gevonden hebben?
In dezelfde bundel Figuratief staat in het hoofdstuk Een soort afscheid, het volgende gedicht:
Ik blijf afhankelijk van haar of hem
die wensen in mij ankert.
Of ik dan straf of streel,
het houdt mij op de been.
Toch blijven aard en toon
van de wonderen die zij van mij verwachten
mij verwonderen.
Bij voorbeeld, hoe zij gekwetst willen zijn !
Zoals ik !
Hoe zij elkaar hun wonden willen vergeven !
Ik kokhals uit erbarmen.
De Grootste Dichter als de inlevende, tedere anarchist die ik zou willen zijn.
Buiten sneeuwde het niet langer. Een felle zon bescheen een zilveren park. Er heerste even vrede.
Jozias van Aartsen:
'Beoordeel mij op de feiten'
Door: Willem Wansink
Een journalist moet zijn interviews niet laten autoriseren. Dat vindt Jozias van Aartsen, oud-minister, oud-fractievoorzitter, oud-topambtenaar en sinds eind maart burgemeester van Den Haag. In elke rol had hij contacten met de media en zijn conclusie is dat hij de pest heeft aan gedweeë journalisten.
'Elke Britse journalist zou zeer beledigd zijn als je hem vraagt of je zijn verslag nog even kunt zien'.
Als vanouds gaat Jozias van Aartsen, de overtuigd bestuurder, smetteloos gekleed: lichtgestreept blauw, doublebreasted pak onder een zwierige regenjas. Wij ontmoeten elkaar in het Amsterdamse restaurant Star Ferry op de begane grond van het Muziekgebouw aan het IJ, waar hij in verband met een van zijn nevenfuncties moet zijn.
Zijn overvolle agenda dwingt tot improviseren: de voormalig minister van Buitenlandse Zaken en fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer is op 27 maart aangetreden als burgemeester van Den Haag. Hij bestelt muntthee, en op de vraag wat de vele functies en rollen die hij in zijn leven heeft vervuld met hem hebben gedaan, antwoordt hij breed lachend: 'Dat weet ik niet. Ik blijf gewoon dezelfde'.
Grijze haren, maar nog altijd een jongensachtige blik. Na drie seconden: 'Iedere keer komt er een dimensie bij. Elke functie verlangt een andere focus, een andere inzet'.
'Ik heb altijd veel plezier beleefd aan die wisselingen. Het vraagt telkens iets anders van jezelf. Dat ligt mij wel'.
In no time wordt de thee geserveerd. Nee, het was nooit zijn bedoeling om regelmatig te blijven wisselen: 'Je begint ergens aan, en weet niet waar het eindigt', zegt hij over wat zijn 'aanbouwcarrière' heet.
Andere verstandhouding
Wij spreken elkaar naar aanleiding van het telkens oplaaiende debat over de rol van de media, en vooral over de relatie tussen gezagsdragers en journalisten. Eind november 2007 ging Herman Tjeenk Willink, vice-voorzitter van de Raad van State, tijdens de viering van het vijfenveertigjarig bestaan van Nieuwspoort, nog diep in op het belang van het vrije woord en de snel veranderende betrekkingen tussen politiek en media.
Voorzichtig opent Van Aartsen het meegeleverde bakje met honing waarmee hij zijn thee zoet. Een minister, zegt hij bedachtzaam, heeft een wezenlijk andere verstandhouding met journalisten dan een ambtenaar, zelfs als die een secretaris-generaal is, de hoogste ambtenaar van een departement. Zijn leermeester Hans Wiegel had altijd een open relatie met de pers. Toen Van Aartsen in 1994 zelf bewindsman werd, wist hij dus een beetje hoe de media werkten.
'Het is heel wat anders als je in de buurt van een minister opereert, en ziet wat er gebeurt, dan wanneer je er zelf voor staat en de volle verantwoordelijkheid draagt. Dat zijn werelden van verschil, zeker bij de televisie. Alles wat je zegt, heeft een enorme impact en draagt een afbreukrisico in zich. Eén verkeerd woord, en daar wordt maandenlang over geneuzeld in het land'.
Het contact met de beeldmedia vereist oefening en techniek. Daarom volgde Van Aartsen al vroeg mediatrainingen.
'Ik vind dat niet meer dan logisch.
De media zijn sterk veranderd. Ze krijgen mensen tegenover zich die óók geoefend zijn. Maar het is helemaal niet zo slecht om een paar simpele adviezen te krijgen, zodat je niet al te snel de mist ingaat'. Wie hem de eerste keer heeft getraind, weet hij niet meer.
Authentiek
Met sommige media, erkent hij, moet je scherpe afspraken maken. Volgens hem had de Belgische premier Guy Verhofstadt begin maart ook groot gelijk, dat hij niet meer naar Pauw & Witteman wilde komen, toen er behalve Geert Mak, met wie hij lang over Europa had zullen praten, opeens drie andere gasten zouden aanschuiven.
'Als programmamaker moet je dan niet raar opkijken, dat een politicus wegblijft'.
Zelf heeft Van Aartsen er lang over gedaan, voordat hij bij Barend & Van Dorp wilde zitten.
'Ook daar moest je heel goede afspraken maken. Ik wil mijn verhaal kwijt, en kunnen uitspreken. Ik heb het land aan vraaggesprekken waar je om de haverklap wordt onderbroken. Zodra dat toch gebeurt, dan ben ik een lastige gesprekspartner. Dan ga ik mijn eigen gang'.
Elke bewindsman of gezagsdrager moet vooral authentiek blijven. Dat heeft hij geleerd van Wiegel, wiens intonatie van woorden een enkele keer in Van Aartsen uitspraak doorklinkt.
'Je moet jezelf zijn èn blijven. En je moet niet elk advies opvolgen - dat je andere pakken moet dragen, en je haar anders moet kammen'.
Zijn tip aan geïnterviewden?
'Raak niet te ver verwijderd van je eigen persoonlijkheid of karakter, want anders loop je vast'.
Journalistiek onmisbare factor
De journalist, zegt hij, is een onmisbare factor in het functioneren van de democratie, en zeker géén nagel aan haar doodskist. Daar staat wel iets tegenover.
'Journalisten moeten zich hiernaar gedragen, en hun verantwoordelijkheden kennen'. De pers dient de staatkundige instituties te controleren, maar, en daarin is hij 'heel ouderwets', er is ook een opvoedende taak weggelegd voor de media.
'Journalistieke ethiek, moraal. Niet preuts. Het maakt niet uit of je stadsverslaggever bent in een kleine gemeente, of gerenommeerd parlementair journalist, je moet weten wat je doet'.
Een code om journalisten publiekelijk verantwoording te laten afleggen voor hun handelen, wijst hij af: 'Ik houd niet van codes'. Of elke journalist te vertrouwen is? 'Ja. In principe wel'.
Juist omdat Van Aartsen de journalistiek zo hoog heeft zitten, moet het vak niet worden 'verprutst'. Als hij, bij wijze van uitzondering, slechte ervaringen heeft opgedaan met een journalist, dan komt die voor een dichte deur te staan.
'Dan gaat het licht uit. Daarin ben ik heel consequent'. Het mooiste van de huidige tijd is, zegt hij, zich vertrouwelijk voorover buigend, dat er zoveel verschillende media zijn.
'Je hoeft niet. Je bent niet afhankelijk van één programma, van één journalist. Dat is het voordeel van concurrentie'.
Hij vraagt er niet zelf om, maar regelmatig voert hij vertrouwelijke achtergrondgesprekken met vertegenwoordigers van de pers van wie hij weet, dat ze niet meteen een stuk in de krant zetten.
'Daar kies je journalisten voor uit, dat doe je niet met iedereen'.
In een achtergrondgesprek kan hij uitvoeriger toelichten waarmee hij bezig is. Niet iedere journalist heeft daaraan behoefte.
'Sommigen vrezen, dat ze te dicht op de persoon komen, en niet meer objectief kunnen schrijven'.
Flauwekul over kleding
Hij drukt net even te hard op het Italiaanse mini-amandelkoekje, dat bij de thee geserveerd werd, waarna het in duizend stukjes uit elkaar spat over de tafel aan het raam. Uitbundige lach: 'Misschien gaan ze me te aardig vinden. Dat soort argumenten'.
Ja, het zal heus wel eens gebeurd zijn, dat zijn woorden verkeerd werden uitgelegd, en kwaalwillend zijn verdraaid.
'Je bent niet altijd gelukkig met de selectie. Dan moet je maar geen interview geven'.
Of hij lange tenen heeft, en nadragend is?
'Nee. Het is slechts sporadisch voorgekomen, dat ik me niet in het gedrukte interview kon herkennen'.
De journalist als omgekeerde spindoctor? Hij haalt zijn schouders erover op: 'Ik heb er weinig last van gehad'.
Behalve toen hij in 1994 minister van Landbouw werd. Het bekende beeld dat door de landbouwpers werd opgeroepen, was dat van een keurige Haagse meneer die niets van boeren wist.
'Altijd die flauwekul over je kleding in Nederland. Dat irriteert me. Waar hebben ze het over? Zoek het uit, beoordeel mij op de feiten. Zie maar hoe ik met die boeren omga. Dat is me redelijk afgegaan. Dan denk ik: laat ze maar kletsen'.
Hij wil niet reageren op de onrust die is ontstaan naar aanleiding van de film van Geert Wilders: 'Ik zeg daar helemaal niets over. Nul'. Hypes,
sensatiezucht, incidentengerichtheid, volgens hem is dat altijd al een kenmerk geweest van de journalistiek, ook in de negentiende eeuw. Daarover wil hij zich niet opwinden. Het groeiende aantal slordigheden en onjuistheden in de media, waarvoor zelfs speciale ombudsmannen in dienst worden genomen om achteraf het een en ander recht te breien, deert hem evenmin als een eventueel gemanipuleerde beeldvorming, zoals tégen de marktwerking in de gezondheidszorg.
'Ook journalisten willen een proces beïnvloeden. Het enige antwoord is, de feiten voor zichzelf te laten spreken'.
Spindoctors
Alles draait in de politiek om scoren. Doet een politicus of bewindsman wel mee in de Haagse pikorde, als hij niet in Het Journaal komt, of in De Wereld Draait Door?
Van Aartsen: 'Ik heb niet te klagen gehad over een gebrek aan aandacht. Ik heb nooit graag in Het Journaal gewild. Een minister is een minister, Hilversum wil hem altijd hebben. Het maakt niet uit of hij het goed of slecht doet, bekend is of niet'.
Uiteraard kan een bewindsman goed functioneren zonder een eigen spindoctor. De voorlichters die hij bij Landbouw en bij Buitenlandse Zaken heeft gehad, waren 'heel gedreven en spitse journalisten,' zeker geen spindoctors. Het mooiste voorbeeld van een politicus die via spinnen beleid wilde maken, is voor hem nog altijd Tony Blair, de vroegere Britse Labour-premier.
'Uiteindelijk werkt het niet. De wal keert het schip'.
Journalisten onthullen, en voorlichters houden af? 'Dat is een ouderwets beeld'.
Nee, zelfs de symbiose tussen voorlichters en verslaggevers gaat hem niet te ver. 'Op het moment dat je overstapt, treed je in een andere rol. Je komt in een volstrekt andere positie terecht. Dat moet je goed beseffen. Wat bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid is gebeurd, kon natuurlijk helemaal niet. Twee voorlichtingsambtenaren die in de computers van hun vorige baas kijken. Je weet dat je ex-collega's daar heel scherp op zitten te letten'.
Nederlandse journalisten hebben voldoende respect voor de privacy van gezagsdragers, maar ze letten te weinig op de gevolgen van hun publicaties.
'Het gaat ze om het stuk, om hun product'.
Hij zucht als de vraag wordt gesteld of de feiten altijd voldoende worden gecheckt.
'Je weet als politicus en als bestuurder die in de publiciteit staat, wie oké is, en wie niet. Soms is het gevaarlijk om te praten met journalisten die hun feiten niet op een rij hebben. Want wie de feiten slechts gedeeltelijk kent, kan niet weten waarover het echt gaat'.
Autorisatie interviews
De beste gesprekken, zegt hij, 'heb je met journalisten die hun zaken kennen. Gelukkig zijn er daar veel van'.
In ruil daarvoor krijgen zij de meeste informatie van degene die ze interviewen.
'Althans, zo gaat het bij mij'.
Met instemming herhaalt hij de kenmerkende uitspraak facts are sacred, comment is free, het oude uitgangspunt van The New York Times.
'Ja, zó hoort het te gaan. Eerst de feiten, dan de mening'.
Anders dan hun collega's in de Angelsaksische wereld, waarmee hij veel ervaring heeft, hebben Nederlandse journalisten nog altijd de gewoonte om een vraaggesprek pas te publiceren, nadat de gesprekspartner het heeft gelezen en geautoriseerd. Zelf is hij afgestapt van dit achterhaalde protocol.
'Het leidt tot een grotere accuratesse bij de journalist als een interview niet langer wordt geautoriseerd'.
Als minister van Buitenlandse Zaken las hij niet alle interviews meer na, als fractieleider hield hij er helemaal mee op. Zijn ervaringen zijn goed.
'Het onderhandelingsproces over die twee, drie zaken die echt niet kloppen, kost veel tijd. Dat doe ik dus niet meer. Schaf die regel toch af. Journalisten worden er zorgvuldiger en betrouwbaarder van. Ze kunnen zich er niet langer achter verschuilen dat de geïnterviewde het stuk heeft goedgekeurd'.
Van Aartsen houdt niet van gedweeë journalisten.
'Elke Britse journalist zou zeer beledigd zijn, als je hem vraagt of je zijn verslag nog even kunt zien. Een citaat in The New York Times van een politicus is in 99 procent van de gevallen volkomen correct. Dat wéét je ook als lezer. Die kant moeten we op in Nederland'.
KADER
Dienaar van de publieke zaak
Jozias van Aartsen (VVD) is geboren dienaar van de publieke zaak. Zijn vader, de jurist Jan van Aartsen (ARP) - Zeeuwse wortels, Nederlands-Hervormd, zoon van een hoofdonderwijzer - was ambtenaar bij het kantongerecht in Amsterdam en gemeenteraadslid in Den Haag.
Van Aartsen senior werd minister van Verkeer en Waterstaat in het vierde kabinet-Drees en bekleedde diezelfde functie in het kabinet-Marijnen. Tussendoor was hij minister van Volkshuisvesting in het kabinet-De Quay, voordat hij Commissaris van de Koningin in Zeeland werd.
Net als zijn vader heeft Jozias van Aartsen vele publieke functies bekleed. Hij begon in 1970 als fractiemedewerker van de VVD, en werd al gauw directeur van de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau van de partij. Zijn rechtenstudie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam maakte hij niet af.
VVD-coryfee Hans Wiegel haalde hem in 1979 als chef de bureau secretaris-generaal naar het ministerie van Binnenlandse Zaken om CDA-talent Elco Brinkman op te volgen. Zes jaar later was Van Aartsen secretaris-generaal. In 1994 werd hij minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het kabinet-Kok, en in 1998 minister van Buitenlandse Zaken in Kok-II.
Daarna trad hij toe tot de Tweede Kamer. Hij werd voorzitter van de VVD-fractie. De parlementaire pers koos hem tot beste politicus van 2003. Vanaf juli 2007 was hij namens de Europese Commissie coördinator voor de aanleg van een gaspijpleiding tussen Turkije en Oostenrijk. Sinds 27 maart 2008 is hij burgemeester van Den Haag.
'Ik ben nu wel ontkleurd'
Door: Margriet van Lith
Anderhalf jaar geleden maakte Kees Berghuis de overstap van het politiek advieswerk naar journalistiek. De rechterhand van minister Zalm werd chef van de parlementaire redactie van RTL. De overstap is Berghuis reuze meegevallen. 'Het eerste halfjaar heb ik me zowel tegenover Financiën als de VVD strikt celibatair gedragen'.
Meestal is de volgorde andersom. De overstap van journalistiek naar voorlichting is in Den Haag immers heel gewoon; bij de helft van onze ministeries wordt de afdeling voorlichting geleid door een ex-journalist. Die overstap is zelfs zo gewoon, dat het sommigen zorgen baart. Vice-president Tjeenk Willink van de Raad van State bij voorbeeld. Hij vroeg zich bij het lustrum van Nieuwspoort het volgende af: 'Is het geen tijd weer eens goed na te gaan waarin journalisten en voorlichters, voorlichters en bestuurders, bestuurders en politici, allen poorters, professioneel van elkaar verschillen?'
Onderlinge afhankelijkheid
Kees Berghuis, die anderhalf jaar geleden de overstap maakte van politiek adviseur naar journalist, ziet de soms hechte relatie tussen de verschillende poorters echter niet als een probleem. Toen hij zeven jaar geleden in Den Haag kwam werken, als voorlichter van de VVD-fractie, was hij vooral verbaasd over de vrijheid die journalisten aan het Binnenhof genieten.
'Ik kwam van een stadsdeelkantoor in Amsterdam. Daar moesten de journalisten zich bij wijze van spreken nog schriftelijk tot de bestuurders wenden. Het verbaasde mij enorm dat de journalisten in de Kamer overal vrij rondliepen'.
Maar klef heeft hij de relatie nooit gevonden.
'Misschien juist omgekeerd. Het vergt misschien juist een zekere hardheid om een politicus of voorlichter met wie je het goed kunt vinden, als er aanleiding voor is, niet te sparen. Als je daar niet tegen kunt, kun je hier beter niet werken. Dat had ik al wel snel in de gaten. Soms heb je gelijke belangen, soms tegengestelde, dus benader het alsjeblieft professioneel. Ik heb het gevoel dat verreweg de meeste mensen in Den Haag dat precies zo zien'.
'Het grote verschil met andere bestuurlijke omgevingen is, dat de mensen in Den Haag elkaar altijd weer nodig hebben. Haagse verslaggevers worden wel eens vergeleken met sportverslaggevers, omdat dat ook zo'n wereld apart is. Maar een sportverslaggever die een voetbaltrainer de grond in schrijft, kan het zomaar overkomen dat hij nooit meer een interview met die man krijgt, zoiets begrijp ik. Dat is in Den Haag onmogelijk. Al is het maar, omdat je elkaar hier niet kunt ontlopen. Een journalist heeft hier elke week wel tien kansen om een minister in het wild tegen te komen en aan te spreken. Niemand houdt het in die situatie lang vol elkaar te negeren'.
Mentale transitie
Toen Kees Berghuis in 2006 de overstap maakte naar RTL volgde al snel een verkiezingscampagne en dat was voor hem wel een merkwaardige ervaring.
'Ik was natuurlijk toch gewend een campagne helemaal vanuit het VVD-standpunt te bekijken. Nu kon ik met een onbevangen blik elke partij op zichzelf beschouwen. Ik vond dat heel prettig'.
'De grootste mentale verandering was misschien wel, dat ik opeens niet meer overal iets van hoefde te vinden. Als je bij een politieke partij werkt, dan moet je over elk onderwerp een mening hebben. Niet noodzakelijkerwijs je eigen mening, maar in elk geval wel die van je partij. Nu mocht ik heel vaak zeggen: dat onderwerp? Daar vind ik helemaal niks van. Ook wel eens lekker!'
Van argwaan of weerstand heeft hij maar weinig gemerkt.
'Misschien kwam dat ook wel, omdat ik voor Gerrit Zalm had gewerkt. Dat was nooit zo'n ontzettende partijman. Die kon het eigenlijk met iedereen wel vinden. Als ik politiek assistent van pak haar beet Rita Verdonk was geweest, was de reactie waarschijnlijk anders geweest'.
'Er was één collega die er een opmerking over maakte dat RTL het wel aan de rechterkant van het spectrum zoekt - Frits Wester komt immers van het CDA. Daar ben ik bij haar nog wel eens op teruggekomen toen wij Wouter Bos een wekelijkse rubriek hadden aangeboden. Ach, voor zover er argwaan was, is die wel weg. Inmiddels is iedereen er wel aan gewend en ik vermijd het zorgvuldig om over mijn vorige baan te praten. Ik ben wel ontkleurd, nu'.
De fundamentele vraag die Tjeenk Willink stelde - nemen we nog wel voldoende afstand van elkaar, is de pers nog wel voldoende waakhond - beantwoordt Kees met een volmondig ja.
'Ik vind dat wij dat bij het vrije RTL Nieuws goed doen. We zijn er althans bewust mee bezig. Onze politiek journalisten gaan heel verantwoordelijk met het vak om, internationaal slaan we een prima figuur. Natuurlijk zie ik wel eens een bericht in de krant staan waarvan ik denk: nou, die heeft zich aardig voor het karretje van minister X of voorlichter Y laten spannen. Dat heeft met Nieuwspoort of Den Haag niks te maken. Kritiek komt vaak van journalisten die een blindengeleidehond nodig hebben om het Binnenhof te vinden'.
'Wie analyseert de ideologie van Geert Wilders?'
Door: Lars Kuipers
Professor doctor Sjoerd van Koningsveld, islamoloog aan de Universiteit Leiden. Kijkt: heel veel Arabische televisie. Leest: Volkskrant, NRC.
'Een half jaar nadat Al Jazeera de lucht in ging, had ik zo'n schotel op mijn dak staan. Voor die tijd had je vooral gecontroleerde staatstelevisie in de Arabische wereld, maar de komst van Al Jazeera heeft een enorme emancipatiegolf op gang gebracht. Ook de staatstelevisie en private zenders permitteren zich nu veel meer. Die schotel heb ik afgesteld op bepaalde satellieten, zoals Arabsat. Ik kan nu de televisie uit de hele Arabische wereld ontvangen. Soedan, Libië, Tunesië, noem maar op. De demonstraties tegen Nederland, die krijg ik nu rechtstreeks in de huiskamer'.
'Mijn nieuwsdag begint 's ochtends om een uur of zeven. BBC, Euronews, CNN en die Arabische zenders dus. Overdag, op de universiteit, zijn er de eigen nieuwsdienst en teletekst. 's Avonds steevast het NOS-journaal, commentariërende programma's als de onderwerpen me interesseren. Kranten vind ik minder belangrijk; meestal lees ik 's ochtends de Volkskrant en 's avonds het NRC. Allemaal stof voor mijn colleges'.
Crisis in journalistiek
'Het probleem met de journalistiek vind ik altijd: er is erg weinig tijd, erg weinig ruimte. Alles moet altijd in een paar zinnen. Terwijl je in de wetenschap juist altijd bezig bent de complexiteit van zaken aan te tonen, staat het nieuws toch dichter op het populistische discours. De afstand tussen die twee werelden, de populistische en de wetenschappelijke, wordt steeds groter. Vooral sinds de aanslagen van 11 september. Je mag gerust van een crisis spreken, echt waar.
En er is een grote druk om ons als wetenschappers in dat populaire discours te trekken'.
'Bijna dagelijks voer ik gesprekken waarin journalisten mij confronteren met een stereotype over de islam. Een tijdje terug bijvoorbeeld: een journalist belt mij over vrouwenbesnijdenis. Ik vertel dat dat een tricky onderwerp is waar heel veel verschillende standpunten over bestaan in de islamitische wereld. Sommigen wijzen het categorisch af. Maar er zijn ook wetenschappers die zeggen dat het onder condities wel kan, bijvoorbeeld Al-Qaradawi: als het op zachte wijze gebeurt, bijvoorbeeld door een prik in de clitoris, en als de ouders het belangrijk vinden. Wat lees ik de volgende dag in de krant? Al-Qaradawi is voor vrouwenbesnijdenis'.
'Juist in de islam is dat soort discussies lastig. De islam heeft geen Paus, geen centraal leergezag. De islam is een godsdienst waarin verschillende standpunten voortdurend concurreren. Maar het enige dat er als regel van overblijft in de Nederlandse media, is een zwart-witbeeld. Dat is jammer, want vrouwenbesnijdenis, zelfmoordterrorisme, zijn dus net zo goed onderwerp van discussie in de Arabische en islamitische wereld'.
Liturgieteksten
'Ik lees in geen enkel medium hoe de tekst van de Koran nou in elkaar zit, en dat zo'n Wilders daarmee omgaat als… als een charlatan. De ideologie van Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, is tijdens het strafproces heel goed geanalyseerd door een collega van mij. Maar de manier waarop Wilders met de Koran omgaat wordt door niemand geanalyseerd. Janny Groen van de Volkskrant heeft prachtig journalistiek werk gedaan onder fundamentalistische jongeren in Nederland, echt heel mooi, maar waarom gebeurt zoiets niet aan de andere kant?'
'Neem nou eens in beschouwing dat de Koran een zevende-eeuwse tekst is, in een periode van drieëntwintig jaar samengesteld uit een aantal tekstfragmenten die primair in een liturgie moeten worden gereciteerd. Dàt is de Koran; het is helemaal geen leesboek of wetboek. Je kunt er niet zomaar een regeltje uit pikken en praktiseren in de Nederlandse situatie. Hier: 'Inleiding tot de Koran' van W. Montgomery Watt. Werd zo'n bron maar eens geciteerd. Of uitgeverij Brill, hier in Leiden - heeft een encyclopedie van de Koran uitgegeven in tien delen, daar hebben wereldwijd honderden specialisten aan meegewerkt. Dat is ook de wereld van de Koran, en iets van de wetenschappelijke kant zou je toch ook moeten vertalen naar een groot publiek'.
Commercie
'Kijk nou eens naar alle toestanden rond de Wilders-film. Als ik zie hoe politici daarmee omgaan, vraag ik me voortdurend af: is dit nou bewust, of is het naïviteit? Als minister Verhagen wijst op de mogelijke consequenties van zo'n film en Wilders vraagt om rekening te houden met de consequenties die Nederlandse belangen en Nederlanders in het buitenland zouden kunnen lopen, vraag ik me af waarom niemand ooit uitspreekt dat in Nederland verschillende godsdiensten op gelijke wijze behoren te worden geëerbiedigd - hetgeen voor de moslims in Nederland heel belangrijk zou zijn. Als je de discussies rond die film als Nederlandse moslim volgt, moet je wel haast denken: het gaat alleen maar om de commercie, denkt er nog iemand aan de wijze waarop wij dag in dag uit door het slijk worden gehaald?'
'Juist dat zouden politici moeten doen. Dat is belangrijk voor de cohesie van dit land. Het lijkt wel of het alleen nog maar gaat om de vrijheid van meningsuiting: wat kan daarbinnen nog net wel en wat net niet meer? Los van die grens - dat er een miljoen Nederlanders zijn van wie de religie door het toilet wordt getrokken, doet dat er dan helemaal niet meer toe? De gekrenkte gevoelens van de moslimgemeenschap zijn blijkbaar volstrekt irrelevant. En let wel, dit speelt niet alleen bij de gelovigen, maar bij alle mensen met een islamitische achtergrond, inclusief agnostici en atheïsten'.
Identiek belang
'Politici, dat zijn toch meesters in diplomatieke uitspraken? Wat is er nou op tegen als de minister-president zich een keer duidelijk uitspreekt tegenover de moslimgemeenschap in Nederland? Een paar weken terug deed ik mee aan een chatsessie op Islam Online. Ik kreeg vragen uit de hele wereld die één ding gemeen hadden: verontwaardiging dat er hier blijkbaar geen gevoel bestaat voor wat er voor emotionele en psychische schade wordt aangericht'.
'Ook de manier waarop de Tweede Kamer zich roert in het debat over de islam getuigt niet altijd van groot inzicht. Neem nou de discussie die je kreeg toen de Marokkaanse minister Ameur zei dat de Marokkaanse cultuur meer onder Marokkanen in het buitenland moet worden verspreid. De reacties die daarop kwamen uit de politiek…'
'Aan de ene kant begrijp ik het wel, aan de andere kant vind ik het kortzichtig. Als de Marokkaanse overheid de voorzieningen die in Marokko bestaan meer ten dienste zou stellen van landgenoten in het buitenland, dan hoeft dat volgens mij absoluut geen negatieve zaak te zijn. De religieuze traditie in Marokko heeft een bepaald niveau dat hier in Nederland afwezig is - hier worden imams heel slecht betaald en hebben totaal geen opleidingsfaciliteiten. Alles wat daarin verbetering kan brengen, zou je op zijn minst moeten willen bestuderen. Het moet niet zonder controle gebeuren, maar door te investeren in de kwaliteit van de moskee kun je ook ongewenste tendensen tegengaan. Daarin hebben Marokko en Nederland een identiek belang. Dat categorisch afwijzen is volstrekt irrationeel'.
Eelco Dykstra, hoogleraar International Emergency Management:
'Brussel kan nog veel leren van Washington'
Door: Nicole Bodéwes
Eelco Dykstra is al jaren betrokken bij het thema veiligheid en veiligheidsvraagstukken. Vanuit zijn standplaats Washington D.C. in de Verenigde Staten van Amerika legt hij uit wat er in Nederland en Europa nog moet gebeuren.
'De overheid betrekt media en bevolking te weinig bij risico- en crisiscommunicatie. Dat is een gemiste kans. Vanuit Nederland moet de rest van Europa worden overtuigd'.
Prof.dr. Eelco Dykstra is hoogleraar International Emergency Management aan de George Washington University in Washington D.C. De 'rampenhoogleraar', zoals hij wel wordt genoemd, ontvouwt Nieuwspoortforum zijn plannen voor een intensievere samenwerking tussen de Verenigde Staten en Nederland. Uiteindelijk moet de Europese Unie worden overtuigd van het nut van een betere transatlantische samenwerking.
DAIC-WEM
Onlangs tekenden drie universiteiten in Amerika en het Nederlandse COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, met staatssecretaris Tineke Huizinga-Heringa van Verkeer en Waterstaat, een samenwerkingsovereenkomst onder de naam Dutch-American International Centre for Water Management and Emergency Management, DAIC-WEM. Eelco Dykstra is bedenker van het DAIC-WEM.
'In a sense, I have created my own monster. Het is heel veel werk geweest. Mensen bij elkaar brengen en nu de boel bij elkaar houden. Het voelt af en toe een beetje als: in het circus de bordjes draaiende houden'.
De drie Amerikaanse universiteiten zijn de Universiteit van Delaware, van Colarado en de George Washington University, waar Dykstra werkzaam is. Hij is, na een aantal jaren visiting professor te zijn geweest, nu benoemd tot professor. Hij zal binnen het DAIC-WEM de functie vervullen van internationaal coördinator.
'Het DAIC-WEM is een platform voor samenwerking op het gebied van rampenbestrijding. We combineren de expertise van Amerika en Nederland. Vanuit Nederland kunnen we de rest van Europa overtuigen van de noodzaak tot samenwerking op het gebied van rampenbestrijding. Er moet meer internationaal worden gedacht. Coördinatie is noodzakelijk, landen moeten samenwerken'.
Verschillen Amerika-Europa groot In Amerika is veel operationele ervaring aanwezig. Mensen zijn veel beter in de 'response' op een ramp of calamiteit.
Dykstra: 'Amerikanen gaan meteen rennen als er wat gebeurt. Europeanen gaan eerst samen nadenken. Dat is een groot verschil'.
DAIC-WEM is een bilateraal platform.
'Ik had graag gezien dat er in Nederland ook een universiteit vertegenwoordigd zou zijn, naar analogie met de drie Amerikaanse universiteiten die hebben getekend voor de samenwerking. Maar de politiek heeft gekozen voor het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement, dat een particuliere denktank is. Dat is een beetje alsof je drie appels met een ananas moet vergelijken. Ik neem aan dat het een politieke keuze van Den Haag is geweest'.
Het hogere doel dat Dykstra zich heeft gesteld is een betere samenwerking tussen Europa en Amerika, waarbij Nederland als springplank naar Europa kan fungeren. Het zal moeilijk worden om met Brussel te gaan samenwerken. Moeilijk. Maar niet onmogelijk, denkt Dykstra.
'We lopen tegen een internationaal probleem aan. De Verenigde Staten worden gezien als één land, met maar één stem. Terwijl landen als Frankrijk en Duitsland binnen Europa een stem hebben en daarbuiten nog één. Op die manier kunnen de EU-lidstaten alles wegstemmen. De Amerikanen zijn een beetje anti-Europees geworden, er is wantrouwen ontstaan. Daarom zien wij een netwerkorganisatie als een oplossing. We zetten de mensen die verstand hebben van rampenbestrijding bij elkaar. Vanuit alle lidstaten van Europa en vanuit Amerika'.
Ook China voorbeeld
Europa kan niet alleen een voorbeeld nemen aan Amerika, maar ook aan China.
'De Chinezen weten van zichzelf dat hun kennis ontoereikend is. China is een samenleving in ontwikkeling. Laatst gaf ik een workshop aan een delegatie uit Shanghai. Ze hebben niets, maar willen zich goed voorbereiden op de Expo van 2010, de wereldtentoonstelling in Shanghai'.
Eelco Dykstra zou graag zien dat er ook binnen Europa een delegatiecircuit op gang komt.
'Ga maar bij elkaar kijken. Delegatieleden leren elkaar goed kennen en onderhouden het contact. Wanneer je elke maand gedurende twee jaar een delegatie van mensen uit de 27 lidstaten en wat mediamensen bij elkaar brengt, krijg je een prachtig netwerk. Dat zijn de mensen die elkaar weten te vinden als er wat aan de hand is. Dan heb je pas een kader! Ik kan het belang van het meenemen van mediamensen niet genoeg onderstrepen'.
'Ik denk dat Europeanen met argusogen kijken naar Amerika. Bij rampen komt FEMA, de Federal Emergency Management Agency, in actie. Natuurlijk is er veel kritiek op deze organisatie geweest tijdens de overstroming in New Orleans. Maar de kritiek vanuit Brussel vind ik niet terecht. FEMA zou niet genoeg hebben gedaan. Maar bedenk wel dat het voor Amerikaanse begrippen een kleine organisatie met 2.600 medewerkers is. Brussel zelf heeft helemaal niets'.
Nederland
Net als in Europa is er ook in Nederland geen eenduidige bevelvoering.
'Dat is natuurlijk een militaire uitdrukking, maar hij dekt de lading. Dat er geen eenduidige bevelvoering is, komt gedeeltelijk door de Nederlandse staatsinrichting. De minister-president is primus inter pares. Hij heeft in die zin niet meteen de leidende rol. In andere landen valt de rampenbestrijding direct onder de president'.
Nederland ontbeert een duidelijke coördinatie, in Brussel is er helemaal geen coördinatie.
'Je houdt je hart vast. Als er wat zou gebeuren op pan-Europese schaal kijkt iedereen naar Brussel, maar daar zijn geen middelen, geen mandaat en geen structuur'.
Katrina
Een ander initiatief van Dykstra is het International Katrina Book Project. In 2005 verscheen zijn boek 'Katrina in Nederland. Storm over Europa.' Hij heeft daarin de orkaan Katrina, die zo veel leed en schade aanrichtte in het zuiden van Amerika, aan land laten komen in Nederland. De gevolgen die hij beschrijft zijn desastreus.
'We zijn bezig met een internationale versie van dit boek. We willen mensen overtuigen van de noodzaak van samenwerken in Europa. Nu is de kans voor Europa om een netwerkorganisatie op te zetten en daarin de kennis en ervaring die er allang is samen te brengen. We brengen mensen bijeen. De vraag is niet of er wat gaat gebeuren, maar wanneer en hoe. Je moet niet wachten tot anderen wat gaan doen, je moet het zelf doen. Nu'.
Media
Crisismanagers weten maar weinig van de media. Ze zien de media als aartsvijanden en niet als bondgenoten. Maar het is ook andersom, constateert Dykstra.
'Hoeveel weten de media eigenlijk van crises? Zijn ze zelf voorbereid op rampen? Dat zijn ze niet. Ik denk dat het noodzakelijk is de media bij platforms als DAIC-WEM te betrekken. Kennisoverdracht en kennis delen.
Van iedereen met iedereen die er mee te maken heeft'.
'De campagne 'Denk vooruit' was op zich een sympathiek initiatief van het Expertisecentrum voor Risico- en Crisiscommunicatie (ERC) van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Maar het is wel tekenend dat het 'Denk vooruit' en niet 'Kijk vooruit' was dat werd gebruikt. Je moet de bevolking instrumenten geven om te denken. Met een setje batterijen en een plastic tasje om belangrijke papieren in te doen, kom je niet zo ver'.
Dykstra wil veel meer draagvlak creëren.
'Je moet de bevolking veel meer betrekken. Het gaat uiteindelijk om het algemeen belang, het grote publiek. Als de bevolking je niet ondersteunt kom je niet ver. En de bevolking bereik je via de media. We moeten veel meer mét de media werken. Nu worden de media gezien als aartsvijanden, niet als bondgenoten. Dat breekt je als politiek uiteindelijk op'.
Eelco Dykstra pleit dan ook voor een Community for Crisis and the Media, CCM. Op die manier wil hij mediamensen er veel meer bij betrekken.
Syp Wynia kent zijn feiten niet
Syp Wynia heeft de klok horen luiden, maar hij kent zijn feiten niet. In zijn column in Nieuwspoortforum van december 2007 poneert hij vijf stelligheden over de Anne Vondeling Prijs die niet op feiten zijn gebaseerd, maar slechts op ongefundeerde vermoedens. Ik noem ze in volgorde:
1. Wynia spreekt van een 'PvdA-prijs voor de journalistiek', ingesteld door J.M. den Uyl. Het laatste is juist, het eerste niet. De PvdA heeft de prijs niet ingesteld en heeft met de toekenning of de financiering van de prijs niets van doen. De prijs is jarenlang betaald uit de opbrengst van een in de algemene boekhandel verkocht vriendenboek, dat verschenen is naar aanleiding van Den Uyls vijfenzestigste verjaardag. Toen de royalties daarvan opdroogden, hebben de stichting Het Parool, vervolgens de stichting Media en Democratie, alsmede het Prins Bernhard Cultuur Fonds en nog later de stichting Je Maintiendrai de prijs door giften in stand gehouden. De stichting die de prijs toekent, heeft nooit een cent van de PvdA ontvangen en nooit een cent aan deze partij gevraagd.
2. De door Wynia genoemde PvdA-leiders Wim Kok en Wouter Bos hebben nooit enige relatie met de Anne Vondeling Prijs gehad.
3. Wat Wynia over de financiering door de PvdA-fractie schrijft, slaat bijgevolg de plank volkomen mis. De PvdA-fractie is geen financier van de prijs.
4. De prijs wordt niet, ik herhaal: NIET, toegekend door een belanghebbende politieke partij, zoals Wynia schrijft. Zijn honende conclusie over de onafhankelijkheid van de prijs mist dan ook elke grond.
5. De onafhankelijkheid van de prijs wordt gewaarborgd door de vijf juryleden Harry van Wijnen (voorzitter, geen lid van enige partij), Tineke Lodders-Elfferich, Hans Dijkstal, Geert Jan Laan en Thom de Graaf. De secretaris, die in zijn dagelijks werk woordvoerder van de minister van Financiën is, schrijft het juryrapport, maar speelt geen rol in de oordeelsvorming van de jury.
Om het samen te vatten: de PvdA heeft op geen enkel niveau invloed op de toekenning noch op de instandhouding van de Anne Vondeling Prijs.
Gezien zijn agitatie tegen de prijs en de vermeende associaties met de PvdA is het trouwens niet helemaal begrijpelijk waarom Wynia enkele jaren achtereen naar de prijs heeft gedongen, dat wil zeggen zijn hoofdredactie zijn stukken in Elsevier heeft laten inzenden.
Door: Trix Betlem
penningmeester van het bestuur van de Stichting Anne Vondeling Prijs
Naschrift
Mevrouw Trix Betlem doet wel heel veel moeite om net te doen alsof de Anne Vondeling Prijs niets met de PvdA van doen heeft. Ze geeft dan wel toe dat toenmalig PvdA-leider Joop de Uyl de prijs heeft ingesteld (en vernoemd heeft naar zijn voorganger, Anne Vondeling). Nadat de eerste financieringsbron opgedroogd was, zo meldt zij, werd de financiering overgenomen door de Stichting Het Parool, Stichting Democratie en Media plus de Stichting Je Maintiendrai (plus, maar dat terzijde, het Prins Bernhardfonds). Het is geen geheim dat beide stichtingen van origine nauw verbonden zijn met de PvdA en dat de personele dwarsverbanden aanzienlijk zijn.
Het zal best, dat PvdA-leider Wouter Bos nooit enige relatie met de prijs heeft gehad, maar het is toch wel heel opvallend dat zijn woordvoerder (toen Bos fractieleider was en ook
nu hij minister van Financiën is) secretaris van het stichtingsbestuur is, kennelijk deelneemt aan de jurybesprekingen en zelfs buiten de voorzitter van de jury om een gemotiveerd persbericht over de toegekende prijs naar buiten kan brengen. En: jaar in, jaar uit dienden kandidaten voor de prijs aangemeld te worden bij personen van wie bekend is dat zij bij het secretariaat van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer werken. Wat wil Trix Betlem nou?
Ik heb mij bij mijn weten nooit kandidaat gesteld voor de Anne Vondeling Prijs. Ik hoop overigens, dat het kandideren voor de prijs niet impliceert dat je dan nooit meer kanttekeningen bij de achtergronden van de prijs mag publiceren.
Het is denkbaar dat anderen mij voor de Anne Vondelingprijs hebben genomineerd, maar dat is dan niet op mijn initiatief en zonder mijn medeweten gebeurd. Wat bestuurslid Trix Betlem in dat verband suggereert, komt mij voor als het citeren, nog onjuist ook, uit vertrouwelijke, aan de jury van de Anne Vondeling Prijs gerichte correspondentie. Niet best.
Door: Syp Wynia
Rutger van Santen spreekt niet namens mij
Door: Syp Wynia
Twintig jaar geleden werd ik bij binnenkomst van het persconferentiezaaltje van het Oude Nieuwspoort staande gehouden door een jongeman die mij kritisch aankeek of ik wel 'lid van de PPV' was. Dat wist ik niet zo precies, maar ik wilde wel naar de persconferentie van de minister-president en voelde er niet zoveel voor om me daar van af te laten houden door de PPV of wie dan ook. Die jongeman, hij werkt nu als voorlichter bij een Haags ministerie, wilde het voor deze keer door de vingers zien, maar ik moest dan toch echt lid van de PPV worden.
Tot de huidige premier besloot dat hij liever zelf gastheer is, genoot deze PPV, de Parlementaire Persvereniging, de eer de gastheer van de premier te zijn bij zijn persconferenties na afloop van de ministerraad. De PPV liet daar uiteraard alleen PPV'ers toe. Met mij is het toch nog goed gekomen. Ik heb geen idee hoe, maar op een gegeven moment was ik lid van de PPV.
Hoe word je eigenlijk lid van de PPV? Volgens de website van de Tweede Kamer hebben 'de parlementaire journalisten zich verenigd in de 'Parlementaire Persvereniging' (PPV) die een eigen bestuur kent. Het bestuur bepaalt wie wordt toegelaten tot de PPV. Algemeen criterium is dat men als journalist overwegend is belast met parlementaire of politieke verslaggeving.' Vervolgens komt er iets geks. Formulieren voor dat lidmaatschap zijn verkrijgbaar bij 'het secretariaat'. Dat secretariaat van de PPV blijkt te berusten bij het secretariaat van de afdeling voorlichting van de Tweede Kamer. Anders gezegd: de parlementaire journalisten hebben zich onderling verenigd, maar hun secretariaat berust bij de Tweede Kamer. Dat zal wel heel gewoon zijn, maar volgens mij is die constructie aan de kleffe kant.
De Tweede Kamer blijkt volgens zijn eigen website ook faciliteiten te verstrekken aan leden van de PPV, zoals daar zijn het verschaffen van parkeerkaarten en het verschaffen van een restaurantrekening. Daar is ook iets geks mee. Want waarom zou de Tweede Kamer dergelijke faciliteiten alleen beschikbaar stellen aan leden van een particuliere organisatie, waarvan het bestuur en niet de Tweede Kamer uitmaakt wie er lid van kan worden? Vreemd.
Het zou allemaal niet zo belangrijk zijn, ware het niet dat die PPV nogal eens, steeds bij monde van haar voorzitter Rutger van Santen, uitspraken doet die de aandacht trekken. Ik doel dan niet op zijn Nieuwspoort-column waarin hij ageert tegen 'de boevenbende van Geert Wilders' en meer van dat fraais. De grondwettelijke vrijheid van meningsuiting geldt zelfs voor journalisten en dus ook voor Rutger van Santen. Hij schrijft de column in dit blad zo te zien ook niet als PPV-voorzitter.
Anders wordt het als Van Santen als voorzitter van de PPV delicate, politiek getinte uitlatingen doet. Het is al op het randje als hij zich laat interviewen over politieke zaken en hij niet voorkomt dat het publicerende of uitzendende medium hem presenteert als voorzitter van de parlementaire journalisten en zo de indruk laat bestaan dat hij hun woordvoerder is. Een stap verder ging Van Santen rond de jaarwisseling, door als voorzitter een bericht te verspreiden, waarin hij afstand nam van de verkiezing van Wilders tot politicus van het jaar.
Onlangs liet Van Santen in zijn rol van de PPV'er in het Nieuwspoort-bestuur aan De Journalist (7 maart: 'PPV twijfelt over voorvertoning Fitna in Nieuwspoort') weten het geen goed idee te vinden dat Geert Wilders zijn koranfilm in Nieuwspoort vertoont, ook al niet omdat de multinationals die Nieuwspoort sponsoren daar wel eens niet van gediend zouden kunnen zijn. Dat is wel een heel rare rolwisseling. Sinds wanneer moet de voorzitter van de vereniging van parlementaire journalisten zich druk maken over wat multinationals met belangen in islamitische landen beweegt? Van Santen ondertekende ook nog eens een ingezonden stuk in De Volkskrant over Wilders en Balkenende in zijn rol als voorzitter van de PPV en meldde er niet bij dat hij op persoonlijke titel schreef.
De voorzitter van de Parlementaire Persvereniging heeft zich in kwesties van politieke aard niet voor te doen als de spreekbuis van de journalisten die rond het Binnenhof werken. Hij moet daar mee ophouden, of liever nog: aftreden. En verder beraad ik mij op het antwoord op de vraag of de gunst om een rekening in de Kamerrestaurants aan te houden het waard is om als lid van de PPV te boek te staan. Een parkeerkaart van de Kamer heb ik niet. En voor een bezoek aan de persconferenties van de minister-president heb ik het PVV-lidmaatschap ook al niet meer nodig.
sypwynia@xs4all.nl
Sybe Schaap, voorzitter Unie van Waterschappen:
'Ik ga graag de diepte in'
Door: Nicole Bodéwes
De Griekse filosoof Plato was er van overtuigd dat een goede bestuurder onderlegd moest zijn in de filosofie. Sybe Schaap is gepromoveerd en gehabiliteerd in de filosofie. Bij uitstek de man om bij te toetsten of het waar is dat een opleiding in de filosofie van mensen goede bestuurders maakt.
Sybe Schaap is voorzitter van de Unie van Waterschappen. Hij is dijkgraaf en boer. Daarnaast is hij Eerste Kamerlid voor de VVD.
Praag
Schaap is in Nederland gepromoveerd in de filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In Praag is hij gehabiliteerd.
'Hoogleraar kan iedereen worden, voor de titel 'docent' moet je gehabiliteerd worden, je moet een Habilitisationschrift schrijven, een tweede proefschrift. Nu ben ik docent voor het leven aan de universiteit in Praag, met een vrije aanstelling. Helaas heb ik het te druk op dit moment om college te geven, maar ik ga terug'.
In zijn werk als voorzitter van de Unie van Waterschappen komt Schaap filosofische vragen tegen. Wat is veiligheid? Hoeveel risico mag een mens lopen? In hoeverre is er sprake van private verantwoordelijkheid?
'Om dit soort vragen te beantwoorden kun je niet gemakkelijk een beroep doen op de filosofie. In de loop der tijd hebben filosofen over dat soort vragen trouwens ook wel onzin uitgekraamd. In de dagelijkse praktijk wil men praktische antwoorden, geen lange bespiegelingen'.
Schaap gaat graag de diepte in. Hij mist diepgang in het huidige discours.
'Er wordt heel snel en heel politiek gereageerd op de ontwikkelingen in de samenleving. Dat is ook wel begrijpelijk, want politici zitten in principe maar vier jaar. Het eerste half jaar is het inlopen en het laatste half jaar is het alweer afbouwen. Effectief werkt men maar drie jaar. Van langere-termijn-denken is dan weinig sprake. Je moet over je eigen grens heen willen kijken'.
Bij de Waterschappen is dat gelukkig nog anders.
'Op kleine risico's reageert men minder paniekerig. Maar we moeten er voor waken op grote risico's niet lethargisch te reageren.
We moeten groter durven denken'.
'In het waterbeheer werkt men op het gebied van veiligheid tegen overstromingen nog steeds met oude normen die in de jaren zestig van de vorige eeuw zijn gesteld. En dat, terwijl er een nieuw risicoprofiel is, zeker na de overstroming in New Orleans van 2005. Ik voorzie dat er problemen komen'.
Het huidig debat Schaap volgt het debat op de voet.
'De huidige tijd is een riskant gebeuren. Eigenlijk zijn het de voorbeelden die Nietzsche al gebruikte. Aan de ene kant de vrijheid van meningsuiting en aan de andere kant het recht op beledigen. Zijn die waarden nevengeschikt of ondergeschikt? We moeten ons afvragen waar we mee bezig zijn'.
Schaap ziet mogelijkheden voor oplossingen, hij pleit voor matiging in het debat.
'Er is sprake van vergroving van het taalgebruik, er is een gebrek aan matiging, zelfcontrole, zelfbeheersing, een gebrek aan evenwicht. Je moet veel meer uitgaan van kalmte en matiging. Reageer niet te gauw. Het ene thema lokt weer het andere thema uit'.
Schaap is er van overtuigd dat matiging niet tot lethargie van bestuurders hoeft te leiden.
'Matiging betekent niet niets doen! Je moet besturen, je moet compromissen sluiten. Je moet bereid zijn een beetje ongelijk te krijgen. Het is een zoeken naar evenwicht. Dat is eigenlijk heel filosofisch'.
Ethische vraagstukken
Bij filosofie denken we aan de grote vragen, die betrekking hebben op mens, leven en samenleving. Regelmatig hebben debatten plaats over normen en waarden. Toch mist Schaap de diepgang.
'Het tegenwoordige debat gaat over abortus, euthanasie en homohuwelijk. Dat is dan wel een ethisch debat, maar wel heel schamel. Het zou moeten gaan over de inrichting van de staat, over de plaats van de mens in de samenleving'.
Schaap grijpt terug op een van zijn favoriete denkers om de kwesties rond religie te analyseren.
'Nietzsche maakte inzake religie een duidelijk onderscheid tussen de verlossingsleer of eschatologie en de zedenleer. Met een zedenleer kun je de samenleving vormen. De zedelijke betekenis in de godsdienst is echter aan het wegvallen'.
In de huidige tijd is er sprake van een opleving van het fundamentalisme.
Sybe Schaap analyseert: 'Het fundamentalisme concentreert zich zeker op religie in de zedelijke betekenis. Ik denk dan ook aan de evangelicals, die heel conservatief zijn eigenlijk, die zich heel specifiek richten op het laten herleven van de zedelijke betekenis, maar dan wel gebaseerd op heel archaïsche waarden. Maar dat is nu precies wat Nietzsche niet wilde, hij beschuldigde hen juist van de godsmoord met zijn uitdrukking 'God is dood'.
En de scheiding tussen kerk en staat? Schaap nuanceert die kwestie liever tot de scheiding tussen religie en politiek.
'Er is niets tegen een religieuze overtuiging in het politieke debat. We kunnen ook spreken van 'ideologisch religieus'. Daar is niets mis mee, het is bepalend voor de drijfveer van iemand'.
Eeuwige bureaucratie
'Er is een veel te grote staat die te veel reguleert. Dat geldt voor het centrale gezag, maar ook voor gemeenten. Een te grote staat wordt zwak. De burger gaat te veel verwachten van de staat, er is sprake van 'rising expectations'. De overheid kan niet aan die hoge verwachtingen voldoen. Gevolg: cynisme bij de burgers'.
Volgens Schaap is het
inkrimpen van het ambtenarenapparaat niet de oplossing.
'De staat moet zich concentreren op wetgeving en publieke dienstverlening. Je moet ook eens - zeker als politicus - een burger durven wegsturen. Burgers verwachten dat je het oplost. Maar je moet als bestuur niet alles willen oplossen. Dat kan ook niet. Kijk eens naar Amerika. De staat is daar veel kleiner. Men zegt daar gemakkelijker: red je maar, organiseer het maar zelf. Word maar sterk. We leven in een vraagcultuur. Uiteindelijk komt dat door gewenning van de burger. Maar je moet uitkijken dat je als staat daardoor niet verzwakt raakt'.
Schaap ziet voordelen aan het volgen van filosofie voor de bestuurder: je leert relevante vragen stellen.
'Je moet af en toe vragen durven stellen. Waar zijn we mee bezig? Wat is dit voor verschijnsel? Voorheen hadden we het bijvoorbeeld over het 'recht op eigen cultuur'. Maar zelden vroeg men: wat is cultuur? Past een 'multicultuur' wel in een eenheidsstaat? Je moet abstraheren, maar uiteindelijk moet je besturen. Dar betekent: besluiten nemen'.
'In de Eerste Kamer ga je wel de diepte in, zeker bij een staatsrechtelijke discussie. De Eerste Kamer is de chambre de réflexion, bij uitstek de kamer van beschouwing. In een beschouwing moet je toewerken naar besluitvorming, maar je achtergrondkennis vibreert altijd mee. Eigenlijk is filosofie slechts een achtergrondverschijnsel'.
En hoe vergaat het hem bij de Waterschappen?
'In de waterschappen hebben we geen last van de overspannen vraagcultuur. Wij mogen gelukkig maar heel weinig, dat is een heerlijk gevoel. Water beheren en water keren. Dat is het. Niet meer'.
ingezonden
Nieuw Nieuwspoortpas
Graag wil ik Het Nieuwspoortbestuur feliciteren met de invoering van de nieuwe Poorterspas. Het ding ziet er goed uit en is een welkome en, wat belangrijke is, bruikbare aanvulling op de voorraad kaartjes die iedere Poorter dagelijks gebruikt, denk ik.
Logisch ook, zo lijkt me de invoering, om meer grip te krijgen op allerlei transacties die dagelijks in de sociëteit worden afgehandeld. Een goed gebruik van de nieuwe pas, gekoppeld aan stevige handhaving van dit 'goede gebruik', zal leiden tot minder gezeur over rekeningen en er voor zorgen dat er minder vaak gebrek aan consensus is tussen klanten en het personeel achter de bar, respectievelijk de administratie.
Dat personeel, over wie ik persoonlijk buitengewoon tevreden ben, verdient het namelijk niet om beschuldigende vingers op zich gericht te zien omdat 'er ten onrechte twee biertjes op mijn rekening zijn weggeschreven'.
Het zal u zijn opgevallen dat ik in de vorige alinea's zowel het woord 'Poorter' als het woord 'klant' heb gebruikt. Daar is over nagedacht. Ik wil daarmee namelijk het verschil aangeven
tussen de, wat ik maar noem, Nieuwspoort-adepten (sponsors van Nieuwspoort is eigenlijk een betere aanduiding) en de bezoekers van de sociëteit die geen pas hebben, geen lid zijn, geen jaarlijkse bijdrage betalen van - naar ik meen - 180 euro en dus dienen te worden beschouwd als normale cafébezoekers.
Nu ik een aantal jaren Poorter ben, stel ik vast dat het nog steeds mogelijk is om als niet-Poorter in Nieuwspoort een biertje te drinken. Je drukt op de knop bij de ingang, kijkt wat ongeduldig de hal in, vervolgens is er altijd wel iemand die de deur opent, je loopt, een beetje zelfverzekerd kijkend uiteraard, de sociëteit binnen, bestelt vier bier (want je hebt drie vrienden bij je) en je rekent contant af.
Natuurlijk gun ik iedereen zijn biertje, mezelf voorop uiteraard. Maar wat mij tegen staat, is dat mijn biertje duurder is dan het biertje van de persoon die ik in de vorige alinea heb opgevoerd. Die betaalt namelijk geen entree van 180 euro, plus 5 euro voor elke maandelijkse nota (afgerond op tien nota's per jaar, is 50 euro, is in totaal 230 euro per jaar).
Ik leg u de volgende rekensom voor. Het aantal weken dat ik in Den Haag ben en Nieuwspoort bezoek, is om en nabij veertig. Gemiddeld ben ik twee avonden per week voor kortere of
langere tijd in de sociëteit. Ik schat mijn eigen omzet op, laten we zeggen, zes consumpties per bezoek (ik sluit niet geheel uit dat mijn drankgebruik hoger is; soms ziet de werkelijkheid er wat anders uit, zo is mij geworden. In dat geval
wijzigt de rekensom, maar wordt weinig minder indringend). Dat zijn dus 40 x 2 x 6 oftewel 480 consumpties. Daarvoor ben ik al 230 euro kwijt voordat ik überhaupt het glas aan de mond heb gezet. Anders geformuleerd: mijn consumptie is 47,92 eurocent duurder dan de consumptie van een niet-Poorter (230 euro gedeeld door 480).
Deze persoonlijke ontboezeming leg ik u voor naar aanleiding van een bijeenkomst van de Activiteitencommissie van woensdag 19 maart. Wij spraken over de wenselijkheid om meer Kamerleden te lokken naar de 'Ontmoetingen met…' Een van de ideeën uit de immer creatieve Activiteitencommissie was: we sturen uitnodigingen naar alle Kamerleden, Poorter of geen Poorter. Wij wijzen op de Ontmoeting, wijzen op het Poorterschap et cetera, et cetera, en zeggen dat een Kamerlid, niet-Poorter zijnde, zich kan laten introduceren door een Poorter. Uiteraard hebben wij dan bij de Ontmoeting zelve de inschrijfformulieren bij de hand.
Terug naar de introductie van de nieuwe pas. Dit is het moment om de handhaving ter hand te nemen. Dat wil zeggen: het is vanaf 31 maart niet meer mogelijk voor niet-Poorters om iets te bestellen. Contant afrekenen kan niet meer. Het moet altijd via een pas. Daarmee behoort het 'gesubsidieerd drinken' via de jaarlijkse bijdragen van de Poorters tot het verleden. Als iemand, geen Poorter zijnde en als introducé van een echte Poorter in de sociëteit aanwezig, een rondje zou willen geven - ik zal me daar persoonlijk nooit tegen verzetten - drukt hij of zij zijn gastheer respectievelijk gastvrouw de tegenwaarde in cash van het rondje in de hand, waarna de Poorter de bestelling plaatst via zijn of haar kaart. Vervolgens wordt de gulle gever van het rondje, na een welgemeend 'Proost', er op gewezen dat hij of zij, onder voorwaarden, lid kan worden van de sociëteit.
Vanaf 31 maart moet hier werkelijk scherp op worden gelet. We hebben nu de technische middelen om het te regelen en te handhaven. Anders wordt het voor mij - en voor vele anderen, zo hoor ik regelmatig - wel erg lastig om het voordeel van het Poorter-lidmaatschap nog in te zien.
Terug naar de rekensom. Als ik mijn lidmaatschap opzeg en de genoemde 230 euro direct in consumpties omzet tegen een gemiddelde prijs van, laten we zeggen, 3,75 euro, dan zijn de eerstvolgende zestig glazen 'gratis'.
Door: Jan Mastwijk
Van de voorzitter
Over enorme dozen sigaren en emoties
Sinds de columns in De Pers, waarin ik beschreven wordt als een wat slonzige figuur die in slechtzittende colbertjes voortdurend rode wijn hijst en enorme dozen sigaren rookt, weet ik niet zeker meer of ik wel de juiste persoon ben om de Poorters van het belang van het naderende rookverbod te overtuigen.
Toch is dat belang groot.
Op 1 juli treedt de wet van minister Klink van VWS in werking die roken in de horeca aan banden legt. Vanuit het volle besef dat Poorters levensgenieters zijn die zich hun eigenhandig gedraaide shagje (Johan Remkes! Toof Brader!) of dure panatella (Ben Pauw!) niet graag laten afnemen, heeft het bestuur een aantal malen vergaderd over handhaving van de nieuwe wettelijke regels in het zalencomplex en de sociëteit.
De uitkomst: we gaan Klinks voorschriften volgen.
Enige uitleg is op zijn plaats. Strikt genomen zouden we de sociëteit van het rookverbod kunnen uitzonderen. Het is geen openbare, voor iedereen toegankelijke ruimte in de zin van de wet. Maar er hoeft maar één kelner te zijn die naar de Arbo-dienst of vakbond loopt om zijn beklag te doen en het verbod moet alsnog worden ingesteld. Daarom lijkt het ons beter geen omwegen te bewandelen en nu meteen door de zure appel heen te bijten.
Voor zo'n beslissing bestaat nog een andere goede reden. Nieuwspoort is onderhuurder van het Kamergebouw en de Tweede Kamer heeft inmiddels in meerderheid zijn instemming met de voorstellen van de minister betuigd. Leg de mensen in het land die vanaf juli in hun kroegen en coffeeshops geen saffie meer mogen opsteken maar eens uit dat het Haagse circuit een uitzondering voor zichzelf maakt!
Dat zullen we dan ook niet doen. Royale aanbiedingen van de metaalindustrie en de tabaksbranche om ons gratis en voor niets rookzuiveringsinstallaties aan te bieden, hebben we daarom beleefd van de hand gewezen. Wel wordt op dit moment bestudeerd op welke plaatsen in het complex speciale plaatsen voor rokers (ook wel rokersgetto's genoemd) kunnen worden aangelegd. Een paar mogelijkheden: het binnenplaatsje achter de Provinciezaal of een afgeschermde ruimte voorin de sociëteit. Het bestuur heeft daarover nog geen beslissing genomen. Nadere informatie volgt. We zijn ons ervan bewust dat welk besluit over het roken ook voor heftige emoties zorgt. Van twee kanten hebben Poorters ons al voor de gevolgen van een verkeerde keus gewaarschuwd. Waarbij opvalt dat jongeren vaak vinden dat er een streng rookverbod moet komen en de veteranen zo'n besluit zouden betreuren. We zullen ons uiterste best doen een verstandige tussenweg te bewandelen.
Via de media heeft u kennis kunnen nemen van die andere kwestie die te maken heeft met het spreekwoord 'waar rook is, is vuur': de persconferentie van Geert Wilders.
Het bestuur van Nieuwspoort hecht eraan te benadrukken dat we alles wat in ons vermogen ligt hebben gedaan om die persconferentie te laten doorgaan. Wel verbonden we twee voorwaarden aan ons jawoord: groen licht van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en een regeling waarbij de kosten niet voor rekening van Nieuwspoort zouden komen maar van de overheid en/of de PVV.
Zonder op details te kunnen ingaan: de veiligheidsanalyse van de NCTb gaf reden tot grote zorg en een bevredigende financiële regeling viel niet te treffen. Waarna Geert Wilders de eer aan zichzelf hield. Een besluit dat we respecteren maar wel met een mengeling van opluchting en treurigheid. Nieuwspoort wil een centrum van het vrije woord zijn, ook voor Geert Wilders. We betreuren het dat de overheid geen bereidheid toonde een persconferentie over Fitna qua beveiliging en bekostiging mogelijk te maken. Zie voor de verdere achtergronden het artikel van Milja de Zwart in deze aflevering van Nieuwspoortforum.
Kortom: alle reden de strijders voor het vrije woord in de Tweede Wereldoorlog te eren tijdens de dodenherdenking op zondag 4 mei. Gastspreker is de minister van Defensie, Eimert van Middelkoop.
Komt allen! Het is de laatste dodenherdenking in Nieuwspoort waar u nog mag roken!
Max van Weezel
voorzitter Nieuwspoort
|